Skip main navigation

Bijbelse profetieën

God roept profeten om ons zijn geboden bij te brengen, te waarschuwen voor zonde en te profeteren van toekomstige gebeurtenissen. In de Bijbel staan veel profetieën die al vervuld zijn, en veel die nog moeten gebeuren. Veel Bijbelse profetieën gaan over Jezus Christus, zijn leven en zijn rol in de bestemming van alle mensen.

Waarom roept God profeten?

In de Bijbel staat: ‘Voorzeker, de Heere Heere doet niets tenzij Hij Zijn geheimenis heeft geopenbaard aan Zijn dienaren, de profeten’ (Amos 3:7). Dit is vanaf het begin zijn aanpak geweest: ‘Zoals Hij gesproken had bij monde van Zijn heilige profeten, die er door de eeuwen heen geweest zijn’ (Lukas 1:70). Omdat God wil dat zijn kinderen leren, groeien en slagen, geeft Hij bij monde van zijn profeten waarschuwingen, openbaringen en instructies.

Profeten kunnen belangrijke gebeurtenissen voorspellen om de mensen te waarschuwen. Als we luisteren naar de woorden van de profeten kunnen we ons beter voorbereiden op wat ons te wachten staat. Als we bepaalde profetieën zien uitkomen, kan dit ons geloof in Gods woord vergroten. In de Bijbel lezen we veel profetieën die in de loop van de geschiedenis al vervuld zijn, maar ook openbaringen over gebeurtenissen die nog moeten plaatsvinden.

In de Schriften staat dat de Heer profeten roept ‘om de heiligen toe te rusten, tot het werk van dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus’ (Efeze 4:12). Profeten onderwijzen ons en herinneren ons eraan dat wij betere mensen moeten worden en dat wij gelukkiger moeten worden.

God blijft ons uit liefde de boodschappen sturen die wij nu nodig hebben. Levende profeten ontvangen openbaring van God en geven alle mensen in deze tijd instructie en raad. De afgelopen jaren hebben profeten en apostelen van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen raad gegeven voor onze voorbereiding op moeilijke tijden in de toekomst, financiële maatregelen, het belang van een opleiding, huwelijk- en gezinsrelaties, en geloof ontwikkelen en behouden als we het moeilijk hebben.

Wat werd er over Jezus geprofeteerd?

Lang voor de geboorte van Jezus voorspelden profeten uit de oudheid veel gebeurtenissen die met zijn rol en zijn zending te maken hadden. De mensen kregen deze profetieën zodat ze Jezus zouden herkennen als Hij kwam, en dat ze in Hem als hun Heiland zouden geloven. Jesaja uit het Oude Testament schreef 700 jaar voor de geboorte van Jezus: ‘Zie, de maagd zal zwanger worden. Zij zal een Zoon baren en Hem de naam Immanuel geven’ (Jesaja 7:14). Verder schreef hij: ‘Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op Zijn schouder. En men noemt Zijn Naam Wonderlijk, Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst’ (Jesaja 9:6).

Andere oudtestamentische profeten hebben het leven van Jezus in opmerkelijk detail voorzegd. Micha wist dat de Heiland in Bethlehem geboren zou worden (zie Micha 5:2). Hosea had het over de tijd die Jezus als kind in Egypte zou doorbrengen (zie Hosea 11:1). In het boek Psalmen staat dat Jezus in gelijkenissen zou spreken en dat Hij door zijn eigen volk verworpen zou worden (zie Psalm 69:8; 78:2). Een andere prachtige profetie van Jesaja noemt de rol en het zoenoffer van Jezus: ‘Voorwaar, onze ziekten heeft Híj op Zich genomen, onze smarten heeft hij gedragen. […] Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden verbrijzeld. De straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem en door Zijn striemen is er voor ons genezing gekomen’ (Jesaja 53:4–5).

Al Gods profeten hebben van Jezus getuigd. Oudtestamentische profeten hebben gebeurtenissen beschreven die honderden jaren later zouden plaatsvinden. Jesaja voorzegde hoe Jezus bespot, bespuwd en geslagen zou worden (zie Jesaja 50:6). De profeet Zacharia wist dat Hij gekruisigd zou worden maar dat Hij desondanks voor zijn vijanden zou bidden (zie Zacharia 12:10). Maar belangrijker nog, profeten hebben door de hele Bijbel heen Gods boodschap gebracht dat Jezus Christus zou opstaan (zie Jesaja 25:8), en dat wij dankzij Hem ook zullen opstaan (zie Jesaja 26:19; Job 19:26).

Welke Bijbelse profetieën zijn er onder meer vervuld?

Mozes waarschuwde de farao dat hij de Israëlieten vrij moest laten, omdat de Egyptenaren anders gekweld zouden worden door ziekten, epidemieën en uiteindelijk de dood van hun eerstgeboren zoons (zie Exodus 7–12). Al die profetieën zijn uitgekomen. De farao zei Mozes dat hij met de Israëlieten Egypte mocht verlaten, en Mozes scheidde het water van de Rode Zee zodat ze veilig konden ontkomen.

De oudtestamentische profeet Jeremia voorspelde de vernietiging van Jeruzalem (zie Jeremia 25:2, 9–11). Uit historische documenten blijkt dat de Babyloniërs Jeruzalem inderdaad in 587 v.C. verwoestten. De profeet Lehi uit het Boek van Mormon waarschuwde het volk ook voor de aanstaande vernietiging van Jeruzalem. Lehi en zijn familie verlieten Jeruzalem vanwege deze openbaring die hij van God had ontvangen. De geschiedenis van Lehi’s familie staat in het Boek van Mormon, wat eveneens een testament aangaande Jezus Christus is.

Een periode van afval is een tijdperk waarin Gods gezag niet op aarde is. Toen Jezus was opgestaan en naar de hemel was opgestegen, wisten zijn discipelen dat Hij, zoals Hij had gezegd, op een dag zou terugkeren. Maar de apostel Paulus zei dat de kerk die Jezus had gevestigd voor zijn wederkomst zou verdwijnen: ‘Laat niemand u op enigerlei wijze misleiden. Want die dag komt niet, tenzij eerst de afval gekomen is’ (2 Thessalonicenzen 2:3). Deze afval vond plaats in de eeuwen na de dood van de oorspronkelijke apostelen van Jezus, die zijn priesterschapsgezag hadden gedragen.

God wist dat zijn priesterschapsgezag, profeten en het volledige evangelie van Jezus Christus een tijdlang van de aarde zouden verdwijnen, maar Hij beloofde ook dat zij op een dag opnieuw gevestigd zouden worden. In het Nieuwe Testament beloofde Petrus dat er in de laatste dagen een tijd zou komen ‘waarin alle dingen [zouden] worden hersteld’ (Handelingen 3:21). Deze herstelling van het evangelie van Jezus begon in 1820, toen God de profeet Joseph Smith riep en zijn priesterschapsgezag op aarde herstelde. Sinds de oprichting van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen in 1830, is deze door een levende profeet geleid.

De profeet Ezechiël openbaarde dat de geschriften van de nakomelingen van Juda (de Bijbel) en de geschriften van de nakomelingen van Jozef (het Boek van Mormon) op een dag hand in hand zouden gaan om zijn volk in gerechtigheid te verenigen. ‘En u, mensenkind, neem een stuk hout voor uzelf en schrijf daarop: Voor Juda, en voor de Israëlieten, zijn metgezellen. Neem dan een ander stuk hout en schrijf daarop: Voor Jozef, het stuk hout van Efraïm, en van heel het huis van Israël, zijn metgezellen, En ik zal het bij het stuk hout van Juda voegen, en ik zal ze tot één stuk hout maken. Ze zullen in Mijn hand één worden’ (zie Ezechiël 37: 16–17). Zowel in de Bijbel als in het Boek van Mormon lezen we over God en Jezus Christus, en hoe wij bij Hen terug kunnen keren om bij Hen te wonen.

Wat zijn enkele Bijbelse profetieën die nog niet in vervulling zijn gegaan?

Hoewel de vestiging van het koninkrijk van Christus op aarde al is begonnen, is die nog niet voltooid. Daniël profeteerde in het Oude Testament dat Gods koninkrijk zou groeien totdat het ‘de hele aarde […] vulde’, en dat het ‘voor eeuwig [zou] standhouden’ (Daniël 2:35, 44). Jezus zelf profeteerde dat ‘dit Evangelie van het Koninkrijk […] in heel de wereld gepredikt [zal] worden’ (Mattheüs 24:14). Om die profetie te vervullen en het evangelie aan de hele wereld te brengen, roept de Heer zendelingen.

De Heer waarschuwde het volk van Israël bij monde van Mozes dat als ze niet naar zijn woorden zouden luisteren, Hij ze zou ‘verspreiden onder al de volken, van het ene einde van de aarde tot aan het andere einde van de aarde’ (Deuteronomium 28:64). Maar God beloofde ook: ‘Ik zal het overblijfsel van Mijn schapen bijeenbrengen uit al de landen waarheen Ik hen verdreven heb’ (Jeremia 23:3). God vergadert zijn kinderen met de hulp van kerkleden en zendelingen die hun Gods plan leren. Wie in de Kerk van Christus gedoopt worden, gaan deel uitmaken van het huis van Israël, en worden geestelijk vergaderd.

God stuurde engelen naar de oorspronkelijke apostelen van Christus om te verklaren: ‘Deze Jezus, Die van u opgenomen is naar de hemel, zal op dezelfde wijze terugkomen als u Hem naar de hemel hebt zien gaan’ (Handelingen 1:11). De Heiland zal op een dag in macht en heerlijkheid terugkomen om zijn koninkrijk op te eisen en alle mensen te oordelen. Die gebeurtenis wordt de wederkomst genoemd. Profeten hebben dit al vanaf het begin voorzegd. In het Oude Testament profeteerde Zacharia: ‘De Here zal Koning worden over heel de aarde. Op die dag zal de Here de Enige zijn en Zijn Naam de enige’ (Zacharia 14:9).

De precieze tijd van de wederkomst van Jezus is niet bekend. Jezus heeft gezegd: ‘Maar die dag en dat uur is aan niemand bekend, ook aan de engelen in de hemel niet, maar alleen aan Mijn Vader’ (Mattheüs 24:36). Maar wij weten door profeten dat de wederkomst van Jezus het hoogtepunt van Gods plan is en geweldig zal zijn voor hen die op Hem gewacht hebben. ‘Elke tong zou belijden dat Jezus Christus de Here is, tot heerlijkheid van God de Vader’ (Filippenzen 2:10–11). ‘De Heere Heere zal de tranen van alle gezichten afwissen’ (Jesaja 25:8) en de rechtvaardigen zullen hun eeuwige beloning ontvangen.

In hoeverre zijn die profetieën op mij van toepassing?
Mormon.org Chat is typing...