Dankbaarheid
Je leerde op jonge leeftijd waarschijnlijk al van je ouders om ‘dank je wel’ te zeggen. Er schuilt ook iets krachtigs in dankbaarheid: het kan ons leven opfleuren en veranderen.
Wat is dankbaarheid?
Dankbaarheid is eenvoudig: herken het goede wat je hebt gekregen en uit er je dank voor. Dat kan op veel verschillende manieren. Soms is het niet meer dan een stille erkenning van je geluk. Soms is het een vriendelijk woord, een bedankkaartje, of een gebed tot God.
‘Halleluja! Loof de Heere, want Hij is goed, want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.’
– Psalmen 106:1
Waarom zou ik dankbaar zijn?
Maar hoe moet het nu als je niet echt veel denkt te hebben om dankbaar voor te zijn? Wie je ook bent, uiting geven aan dankbaarheid helpt echt om het leven in perspectief te zien. Som vandaag eens al je zegeningen op. Denk bijvoorbeeld aan je gezondheid, liefdevolle relaties of kennis van God. Wat je omstandigheden ook zijn, je wordt er vaak gelukkiger van als je het goede in je leven blijft zien. Niet alleen dat, maar je dankbaarheid tonen komt vaak ook je band met God ten goede als je beseft hoeveel Hij je heeft gegeven.
‘Wie de beker van bitterheid opzij zet en in plaats daarvan de drinkbeker van dankbaarheid heft, kan daarin een zuiverende drank van genezing, gemoedsrust en begrip aantreffen.’
– Ouderling Dieter F. Uchtdorf van het Quorum der Twaalf Apostelen, ‘Dankbaar in alle omstandigheden’, Liahona, mei 2014, 70.
Waar moet ik dankbaar voor zijn?
We moeten dankbaar zijn voor ouders, familieleden, vrienden, leerkrachten en allen die ons op wat voor manier dan ook hebben geholpen. Denk aan alle kleine manieren waarop anderen aan je welzijn hebben bijgedragen: misschien heeft iemand je geholpen toen je het moeilijk had, of misschien zei iemand gewoon iets aardigs toen je dat juist nodig had.
Bovenal moeten we God dankbaar. Hij heeft ons geschapen en maakt ons dagelijks leven mogelijk. Hij offerde zijn Zoon, zodat wij van onze fouten vergeven en rein kunnen worden. We kunnen onze dankbaarheid tonen door ons beste zelf proberen te zijn. Soms schieten we nog tekort, maar daar dient het zoenoffer van Jezus voor – we kunnen het altijd opnieuw proberen. Is dat niet iets om dankbaar voor te zijn?