De schepping en de val

De schepping van de aarde en de val van Adam en Eva zijn onderdeel van Gods volmaakte plan voor zijn kinderen.

Galactische nevels tonen de hand van God in de natuur en zijn schepping van de aarde

God heeft de aarde voor ons welzijn geschapen

Onder leiding van God heeft Jezus Christus de aarde voor ons geschapen als een plek waar we een stoffelijk lichaam kunnen krijgen en ervaring kunnen opdoen door eigen keuzes te maken. Als we goed van kwaad leren onderscheiden en het goede kiezen, kunnen we meer op onze hemelse Vader gaan lijken.

Het thuis dat voor ons hier op aarde is geschapen, is ontworpen om ons alles te geven wat we nodig hebben om te leven en te groeien. Sommige dingen op aarde leveren ons moeilijkheden op die we moeten overwinnen, maar God heeft ons ook veel mooie en aangename dingen gegeven waar we van kunnen genieten. Overal om ons heen zien we in de natuur bewijzen van Gods liefde voor ons.

Adam en Eva waren de eerste kinderen van God die op aarde kwamen

We bestonden als geest zonder stoffelijk lichaam vóór ons sterfelijk leven hier op aarde. De eerste twee kinderen van God die op aarde kwamen en een lichaam ontvingen, waren Adam en Eva. God schiep hun sterfelijke lichamen naar zijn beeld (zie Genesis 1:27) en plaatste hen op een prachtige plek die bekend staat als de hof van Eden, waar ze niet hoefden te werken voor voedsel of andere dingen die ze nodig hadden. Ze ondervonden er geen verdriet of pijn, maar daardoor begrepen ze ware vreugde niet (zie 2 Nephi 2:2–23).

Adam en Eva in de hof

Toen Adam en Eva in de hof van Eden werden geplaatst, waren ze nog niet sterfelijk. De Heer legde uit dat ze de vrucht van elke boom in de hof mochten eten, behalve van één: de boom der kennis van goed en kwaad. Hij verbood ze ervan te eten en zei dat als ze dat wel deden, ze ‘zeker [zouden] sterven’ (Genesis 2:17).

God kende Adam en Eva volkomen, net zoals Hij ieder van ons volkomen kent. Hij wist dat ze er uiteindelijk voor zouden kiezen om de vrucht van de boom der kennis van goed en kwaad te proberen, ook al waren ze voor de gevolgen ervan gewaarschuwd. Toen ze dat deden, werd het ‘de val’ genoemd, en het maakte deel uit van Gods plan. Als gevolg daarvan mochten Adam en Eva niet meer in de hof van Eden wonen en werden ze de wereld in gestuurd, waar ze moesten werken om voor zichzelf te zorgen en op een dag zouden sterven. Ze ervoeren de pijn en het verdriet die gepaard gingen met het verlaten van Gods tegenwoordigheid, maar ze ervoeren ook de vreugde van een gezin.

‘Adam viel, opdat de mensen zouden zijn; en de mensen zijn, opdat zij vreugde zullen hebben.’ – 2 Nephi 2:25

Dankzij Jezus Christus kunnen we ons bekeren van onze zonden

God wist dat al zijn kinderen fouten zouden maken op aarde. Het plan van onze hemelse Vader biedt ons de mogelijkheid om vergeving van onze zonden te ontvangen en rein te worden, zodat we het waardig zijn om na onze dood bij Hem terug te keren.

Jezus Christus lijdt voor onze zonden in de hof van Gethsémané

Verlossing is mogelijk door Jezus Christus, de enige van Gods kinderen die op aarde een zondeloos leven heeft geleid. Vóór de schepping van de aarde werd Jezus Christus door onze hemelse Vader als onze Heiland gekozen. Hij kwam vrijwillig naar deze aarde, leed voor de zonden van alle mensen en stierf voor ons. Door zijn lijden in de hof van Gethsémané en aan het kruis overwon Jezus de zonden van al Gods kinderen hier op aarde, te beginnen met Adam en Eva. Als we Hem volgen en ons van verkeerde keuzes bekeren, kunnen we van de geestelijke dood worden gered, ofwel van onze afscheiding van God. Jezus overwon ook de lichamelijke dood toen Hij stierf en drie dagen later uit het graf herrees. Dankzij Hem zullen wij allemaal opstaan en voor eeuwig leven.

Kom meer over het doel van het leven en Gods plan te weten