Het Boek van Mormon
Leer het Boek van Mormon en de leerstellingen erin kennen aan de hand van onze videobibliotheek.
Verhalen uit het Boek van Mormon
Rond 400 n.C. schrijft de profeet Moroni zijn laatste woorden in het Boek van Mormon waarin hij allen uitnodigt om tot Christus te komen en in Hem vervolmaakt te worden. Hij begraaft de heilige kroniek met de bedoeling dat die in de laatste dagen een overtuigend getuigenis van Jezus Christus zal zijn. Joseph Smith wordt in 1823 naar het Boek van Mormon geleid. Sindsdien hebben miljoenen mensen de geïnspireerde woorden ervan gelezen en hebben ze hun Heiland leren kennen.
Een profeet uit het Boek van Mormon genaamd Lehi droomt een visioen dat onze reis terug naar God symboliseert. In het visioen strompelt hij door een donkere wildernis en vindt hij zijn weg naar de boom des levens met de heerlijkste vrucht die hij ooit heeft geproefd. Hij ziet anderen over een nauw en smal pad naar de boom gaan. Maar sommigen dwalen van het pad af en verdwalen of verdrinken. Hij vertelt zijn familie over de droom en smeekt hen om Gods geboden te onderhouden.
Koning Noach is een slechte en luie heerser. Hij is boos als de profeet Abinadi hem en het volk zegt zich te bekeren en zich tot God te wenden. De koning geeft zijn priesters de opdracht om Abinadi te doden, maar God beschermt hem. Abinadi zegt dat het niet uitmaakt wat koning Noach met hem doet, maar pas als hij klaar is met het brengen van Gods boodschap. Hij onderwijst in de tien geboden en verlossing door Jezus Christus, en bekeert een van de priesters. Abinadi wordt op de brandstapel ter dood gebracht, waardoor zijn getuigenis van Jezus met zijn leven wordt bezegeld.
Koning Benjamin brengt zijn volk bijeen om hem nog een laatste keer het evangelie van Jezus Christus te horen prediken en het koninkrijk aan zijn zoon Mosiah over te dragen. De koning leert hun dat ze God dienen als ze elkaar dienen.
Alma en zijn vrienden komen tegen God in opstand, geven een slecht voorbeeld en trekken volgelingen van de kerk weg. Een engel verschijnt aan hen en verbiedt hen om de kerk verder te proberen te vernietigen. Alma is zo bang dat hij bewusteloos neervalt. Zijn geest wordt gekweld door al zijn zonden, totdat hij zich eindelijk herinnert dat zijn vader hem over Jezus Christus heeft verteld. Als hij bijkomt, predikt hij voor de rest van zijn leven en probeert hij de schade te herstellen die hij heeft veroorzaakt.
Alma en Amulek prediken over Jezus Christus, tot toorn van de leiders in de stad Ammonihah. Een bekwame wetgeleerde die hun woorden probeert te verdraaien, kan ze niet voor de gek houden. Ze overtuigen de wetgeleerde, maar worden toch gevangengenomen. Ze worden gedwongen toe te kijken hoe andere gelovigen en heilige geschriften worden verbrand. In de gevangenis worden Alma en Amulek dagenlang geslagen en bespot. Alma vraagt God hen te bevrijden en de muren van de gevangenis storten in, waarbij de gevangenbewaarders worden gedood, maar Alma en Amulek blijven ongedeerd.
Ammon en de zonen van Mosiah willen dat iedereen, zelfs hun vijanden, de Lamanieten, de kans krijgt om het evangelie van Jezus Christus te horen. Ammon wordt door Lamoni, de Lamanitische koning, gevangengenomen. Hij vraagt of hij Lamoni’s dienstknecht mag worden en wint zijn gunst. Terwijl hij over de schapen van de koning waakt, vallen dieven aan en hakt Ammon elke arm af die tegen hem wordt opgeheven. De dienstknechten vertellen het aan Lamoni en die denkt dat Ammon een god is. Ammon maakt van de gelegenheid gebruik om hem over Jezus te vertellen en de koning gelooft zijn woorden.